Twain

Huckleberry Finn zou vandaag wel eens problemen kunnen krijgen: denigrerend, racistisch woordgebruik, hoe díe over zwarte mensen spreekt.

Maar wacht. Laten we ons even niet blindstaren op Hucks woordkeus. En eens kijken hoe hij over zwarte mensen denkt. Meer bepaald over Jim, de weggelopen slaaf met wie hij al een poos op de Mississippi onderweg is. In hoofdstuk 31 besluit Huck juffrouw Watson een briefje te schrijven om haar te vertellen waar haar ‘weggelopen nikker’ is. Als hij naar de zondagsschool geweest was, dan had hij daar zeker geleerd dat ‘mensen die doen met die nikker wat ik heb gedaan  het eeuwige vuur in gaan;’ Heel even voelt hij zich schoongewassen en vrij van zonden, maar dan begint hij te denken hoe goed Jim altijd is geweest: ‘op de een of andere manier kon ik op niks komen waar ik ‘m onaardig door vond, enkel andersom.’ En hij bedenkt hoe Jim zei dat hij ‘zo dankbaar was en dat ik de beste vriend was die ouwe Jim ooit had gehad op de hele wereld.’

Toevallig ziet Huck op dat moment het papiertje dat hij net heeft geschreven. En dan komt het.

‘Het was d’r op of d’r onder. Ik pakte het op en hield het in m’n hand. Ik trilde, omdat ik voor eens een voor altijd moest beslissen tussen twee dingen, en ik wist het. Ik prakkezeerde even, hield zo’n beetje m’n adem in, en zeg dan tegen mezelf: ‘Goed, dan ga ik maar naar de hel’ – en verscheurde het.’

Denigrerend? Huck Finn verscheen in 1884. In de tijd die intussen verstreken is, is de gevoelswaarde van veel woorden veranderd. Een daarvan is ‘nikker’: dat is nu racistisch. Twee andere zijn ‘hel’ en ‘eeuwig vuur’: die zijn voor veel mensen nu betekenisloos. Daarom snappen ze niet wat Huck ervoor over heeft om Jims vriendschap te beantwoorden.  En dat wil Huck, omdat hij vindt dat Jim een beter mens is dan hij.

Geef een antwoord

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.