Leer elk kind lezen

Wat we uit PISA leren



PISAchart-e1386034797861

PISA is een internationaal vergelijkend onderzoek naar aspecten van onderwijskwaliteit. Elke drie jaar verschijnt er een nieuw rapport. In 2012 scoorde Vlaanderen op zowat alle punten slechter dan in 2009.

Het gaat niet echt goed met het onderwijs in Vlaanderen: we zijn Europese top omdat de rest van Europa sneller achteruitboert dan wij. Bijzonder goed nieuws is dat niet te noemen.

Minstens even bedroevend zijn de reacties op dat nieuws. Zowat iedereen lijkt uit de PISA-resultaten te kunnen besluiten dat de onderwijshervorming die minister Smet voor ogen staat, dringend nodig is. Dat is vreemd. De PISA-resultaten zijn minder goed dan negen jaar geleden, maar in die negen jaar is de structuur van het onderwijs dezelfde gebleven. In 2003 was het dus mogelijk om binnen de bestaande structuur beter te scoren.

Of minister Smets  onderwijshervorming nodig is, is een discussie op zich. Maar of PISA aantoont dat ze nodig is, is een discussie die in een ommezien kan worden beslecht. Dat doet PISA namelijk niet. Als PISA aantoont dat we het goed doen voor wiskunde, maar minder goed dan negen jaar geleden, dat we het niet slecht doen voor lezen, maar wel slechter dan in 2003, dan wijst dat erop dat de effectiviteit van wat er in de klassen gebeurt kleiner is geworden. Dat kan met allerlei dingen te maken hebben, maar niet met de structuur, want die is onveranderd gebleven.

Dat betekent ook: als we weer hogerop willen in de volgende PISA-rondes, zullen we dingen moeten veranderen die de effectiviteit verhogen, maar niet noodzakelijk de structuur. Dat geldt zelfs voor het probleem van de sociale kloof die het Vlaamse onderwijs eerder lijkt uit te diepen dan te dichten. Bij effectieve leerkrachten leren alle leerlingen meer en beter. Van ineffectieve onderwijsaanpakken gaan de prestaties van alle leerlingen achteruit, maar de hardste klappen vallen bij leerlingen uit de klassieke risicogroepen in de samenleving: kinderen van lager opgeleide, armere of anderstalige ouders.

Kees Vernooy

Kees Vernooy

Laat ik dat punt illustreren. Tien jaar geleden was de uitval voor lezen in het Nederlandse Enschede dramatisch: meer dan zestig procent van de kinderen had aan het eind van de basisschool een leesachterstand van minstens twee jaar. Daar was een uitleg voor: Enschede had een significant moeilijkere leerlingenpopulatie. Toch werd besloten een leesverbeterplan op te zetten. De schoolstructuren bleven wat ze waren. Maar de leerkrachten op de deelnemende scholen kregen onder meer van expert Kees Vernooy opleiding over hoe effectief leesonderwijs eruitziet. Wat doe je beter wel, en wat beter niet in een klas? Nogal wat scholen stapten mee in het project: openbare scholen, christelijke scholen, islamitische scholen. Samen goed voor ruim 9000 leerlingen. En zie, in nauwelijks twee jaar tijd werd de uitval voor technisch lezen gereduceerd tot nauwelijks twee procent. Daarnaast gingen diezelfde leerlingen ook beter rekenen en waren er nauwelijks gedragsproblemen. Dat is wat effectief onderwijs kan doen.

Wat Vlaanderen nodig heeft is effectiever onderwijs. Daarover moet het debat gaan, niet in de eerste plaats over de structuur. Als we niets doen om  de effectiviteit te verhogen van wat er in de klassen gebeurt, is een structuurhervorming een maat voor niets.

Deze tekst verscheen op 04.12.2013 als opiniestuk in De Morgen.

WordPress Appliance - Powered by TurnKey Linux