Leer elk kind lezen

Kleinere klassen, betere leerlingen?



 

kleine klassenIedereen is ervan overtuigd: kleinere klassen zijn beter. Maar wéten we dat eigenlijk wel?

De Vlaamse krant De Morgen besteedde op 15 september drie pagina’s aan het probleem. Leerkrachten konden hun zegje doen, maar uiteindelijk kwam ook de onvermijdelijke John Hattie op de proppen. Hattie is bekend van Visible Learning. In dat boek brengt hij de stand van de wetenschap in kaart over 138  elementen die in discussies over onderwijskwaliteit altijd weer de kop opsteken: de thuissituatie van de leerlingen, de belabberde ICT-infrastructuur, huiswerk, de duur van de vakanties, u kent ze wel. Vast rubriek in zulke lijstjes: de grootte van de klassen.

Het effect van grotere of kleinere klassen is uitvoerig onderzocht en kijk: het is al met al erg beperkt.

Het argument voor kleinere klassen is dat leerkrachten in een kleinere klas meer aandacht kunnen besteden aan de noden van ieder kind. Dat lijkt de logica zelve. Maar doen leerkrachten dat ook als ze een kleinere klas krijgen? Gaan ze écht anders met de leerlingen om? Pakken ze hun onderwijs écht anders aan? Meestal niet, zo blijkt uit onderzoek. En daarom maakt het voor de leerlingen weinig uit of ze in  een klas van 15 zitten of in een van 25. Die kleinere klas kan geen kwaad, maar veel beter worden ze er ook niet van.

Wat wél een verschil maakt, zegt Hattie,  is de kwaliteit van de leerkracht: een geweldige leerkracht zal veel betere resultaten halen in een grote(re) klas, dan twee gemiddelde leerkrachten die elk een half zo grote groep onder hun hoede hebben. Zo’n geweldige leerkracht, preciseert Hattie,  is er een ‘die niet labelt en elke leerling uitdaagt om beter te presteren dan hij zelf aanvankelijk had verwacht’.

klassen kleiner 2‘Niet labelen’ wil onder meer zeggen ‘geen enkel kind dyslectisch noemen’. ‘Elke leerling uitdagen om zijn eigen verwachtingen te overtreffen’ wil onder meer zeggen ‘geen enkel kind opgeven, elk kind een vlotte lezer helpen worden’.

Bij de Alfabetcode doen we dat zo. Bij Veilig leren lezen, bij Lijn 3, bij Leessprong en noem maar op is dat niet het geval. Want de klassen zijn te groot, de kinderen worden te weinig voorgelezen en vijf tot tien procent van de leerlingen is dyslectisch. (Gemiddeld: in sommige klassen – vooral in de grotere – is dat méér dan tien procent.)

 

 

No Comments Yet

Leave a Reply

WordPress Appliance - Powered by TurnKey Linux