Leer elk kind lezen

Dyslexie in de rechtbank



Pamela Phelps nadat ze van het Hooggerechtshof gelijk kreeg.

Ons geheugen is een rommelzolder van vastgeroeste meningen, halve waarheden en nooit afgestofte onzin. In zijn Encyclopedie van misvattingen haalt Hans van Maanen er eens duchtig de bezem door. Nee hoor, nergens in Star Trek heeft kapitein Kirk ooit gezegd: ‘Beam me up, Scotty!’

Over dyslexie schrijft Van Maanen niets. Hoewel vastgeroeste dyslexie-meningen best wel eens een opmerkelijk verhaal opleveren. Neem nu Pamela Phelps. Toen die in de jaren 90 van de vorige eeuw de middelbare school verliet, had ze het leesniveau van een achtjarig kind. Twee maanden voordien had ze ontdekt hoe dat kwam: toen werd er namelijk dyslexie geconstateerd. Veel te laat, redeneerde Phelps. Als de school alerter was geweest en haar dyslexie eerder had ontdekt, dan had ze gepaste begeleiding gekregen, was ze een betere lezer geworden en moest ze zich nu niet tevreden stellen met laagbetaalde jobs onder haar niveau. Vanwege het inkomensverlies dat ze door deze nalatigheid leed, daagde ze haar oude school voor de rechter.

In 1997 gaf het Hooggerechtshof Phelps gelijk, noemde de schoolpsycholoog die Phelps had begeleid incompetent en veroordeelde de school tot een schadevergoeding van 45.650 pond. Er werd meteen gevreesd voor een lawine aan schadeclaims: Phelps was echt niet de enige zwakke lezer. Maar de school ging in beroep en werd een jaar later vrijgesproken. De rechter oordeelde dat niemand het door Phelps geleden inkomensverlies op een redelijke manier zou kunnen inschatten en kende haar daarom liever helemaal geen geld toe.

Phelps’ claim berust op twee aannames. Een: specialisten kunnen uitmaken of een leesprobleem door dyslexie komt of niet. Twee: zo’n diagnose wijst de weg naar de juiste behandeling. Phelps verweet haar oude school niet dat ze geen speciale begeleiding had gekregen voor haar problemen met lezen, wel dat ze niet de juiste begeleiding had gekregen. Maar wat ze kreeg was begeleiding voor zwakke lezers en wat ze nodig had was begeleiding voor dyslectische lezers.

Wat Hans van Maanen niet doet in zijn Encyclopedie (niet dat iemand het hem mag verwijten, je kunt niet alle onzin de wereld uit helpen) doen Elliott en Grigorenko wel in The Dyslexia Debate: de kachel aanmaken met de twee vastgeroeste aannames waarmee Phelps argumenteerde.

Een: niemand kan uitmaken of een leesprobleem door dyslexie komt. Ook niet met genetica en breinwetenschap, waarvan specialisten het diagnostische heil hadden verwacht. Exit het label dyslexie, dan maar? Voorlopig niet. De laatste verdedigingslinie voor de term dyslexie lijkt nu het idee te zijn dat leesvaardigheid een continuüm is en dat we de x procent zwaksten op dat continuüm als dyslectisch kunnen beschouwen.

Twee: als dyslectici gewoon de allerzwaksten zijn, dan is er geen onderwijspsycholoog nodig om ze te vinden. En geen peda-, psycho-, logo-, ortho-specialist om ze ergens in een spreekkamer gepast te begeleiden.

Phelps kan haar school verwijten dat ze niet kreeg wat ze nodig had. Maar wat ze nodig had is geen speciale begeleiding voor dyslectische lezers. Die bestaat namelijk alleen in de rommelige kennisreservoirs waarin zo veel feiten terecht komen die we van horen zeggen hebben en nooit serieus hebben gecheckt. Wat Phelps wel nodig had, was effectief leesonderwijs. En dat heeft ze niet gekregen. Anders had ze het gekund.

No Comments Yet

Leave a Reply

WordPress Appliance - Powered by TurnKey Linux