Leer elk kind lezen

Dyslexie-expertise: de spelregels



Geleerd doen en expertise. Twee verschillende dingen

Geleerd doen en expertise. Twee verschillende dingen.

Natuurlijk is het een goede zaak dat Dwaalspoor dyslexie hier en daar discussie op gang brengt. De manier waarop die gevoerd wordt is echter teleurstellend. Eigenlijk komt die vaak neer op een spelletje ‘kijk eens hoeveel mensen ik kan citeren die het met  Dwaalspoor dyslexie niet eens (zouden) zijn’.

Laten we de zaak eens praktisch bekijken. We gaan het dus niet hebben over de vraag of dyslexie als aangeboren onvermogen om goed te leren lezen en spellen al dan niet bestaat: laten we maar even aannemen dat er kinderen zijn die inderdaad met zo’n aangeboren onvermogen te kampen hebben. En we gaan het niet hebben over de vraag of zulke kinderen beter af zijn met of zonder een label dat zegt dat ze dyslectisch zijn: laten we maar even aannemen dat zo’n label geen kwaad kan.

Zelfs als we dat allemaal aannemen, zal niemand betwisten dat dyslexielabels alleen aan dyslectische kinderen moeten worden toegekend. Andere kinderen moeten er vooral geen krijgen. Maar dat gebeurt toch: iedereen is het erover eens dat er over-diagnose is. Er worden dus te veel dyslexieverklaringen uitgereikt.

Niemand weet hoeveel er te veel zijn, maar de reactie van expertisebureaus en onderzoekscentra is altijd dezelfde: ‘Wij hebben in samenwerking met expert X en autoriteit Y een betrouwbare testbatterij voor de diagnose van dyslexie ontwikkeld. Over-diagnose is de verantwoordelijkheid van charlatans die de boel verzieken. Daarom werken we in overleg met universiteit Z aan een kwaliteitslabel.’ Maar daar knelt de schoen: niemand kan zeggen of de diagnosetechniek waarmee zo’n expertisebureau of onderzoekscentrum dan voor de dag komt effectief betrouwbaarder is dan een andere. Hoe erg de ontwerpers van de nieuwe testbatterij hun best doen om hun eigen professionaliteit met kwaliteitslabels en citaten in de verf te zetten, meer dan veren in een pauwenstaart is het allemaal niet. Het wekken van een professionele indruk bij het uitreiken van dyslexieverklaringen heeft nu eenmaal meer met marketing te maken dan met wetenschap.

Toch zouden we expertise met gemak kunnen meten. We moeten het alleen anders aanpakken: niet de uitgereikte dyslexieverklaringen moeten tellen, maar de vernietigde. (Hoezeer ze ook zou bijdragen aan het meten van expertise, een eenvoudige manier om te tellen hoe vaak we het uitreiken van een dyslexieverklaring weten te voorkomen, is er helaas niet.)

De spelregels zien er dan ongeveer zo uit. Voorbereiding: wie zich expert voelt, mag meedoen. Verloop van het spel: wie bij een kind dyslexie constateert, laat het door een andere expert behandelen (of begeleiden, u kiest maar). Wie meer kinderen met een door andere experts uitgereikte dyslexieverklaring toch leert lezen, wint punten. Wie zijn dyslexieverklaringen door andere experts overbodig gemaakt ziet worden omdat de betrokken kinderen toch leren lezen, verliest punten. Wie het meest punten verzamelt, heeft meer expertise en wint het spel.

Als u dus minnetjes wilt doen over wat er met de in Dwaalspoor dyslexie gesmede alliantie van Alfabetcode en Schrift te bereiken valt, moet u eerst maar eens wat zelfonderzoek doen: hoeveel dyslexieverklaringen hebt u al overbodig gemaakt, hoeveel dyslectisch verklaarde kinderen hebt u al leren lezen?

Lees ook: x tot y% dyslectisch? Hoezo?, Dansende letters? Gespiegelde letters?, Renate Valtin over oplossingen voor dyslexie, Reid Lyon over leesproblemen, Waarom oefenen soms niet helpt

WordPress Appliance - Powered by TurnKey Linux