Leer elk kind lezen

Dyslexie en intelligentie



Dyslexie wordt wel eens beschreven als een discrepantie tussen intelligentie en leesvaardigheid: slim zijn en toch niet lezen. In sommige landen is zo’n discrepantie een voorwaarde om in aanmerking te komen voor hulp. Maar zie: onderzoek toont aan dat het weinig uitmaakt of kinderen intelligent zijn als ze gaan leren lezen. En dus ook dat het idee dat je intelligent genoeg moet zijn om een leerstoornis als dyslexie te kunnen hebben, op zo goed als niets is gebaseerd. We zien het verband tussen leesvaardigheid en intelligentie meestal gewoon verkeerd.

Margeret Snowling: 'Leesproblemen staan los van intelligentie.'

Margeret Snowling: ‘Leesproblemen staan los van intelligentie.’

Hoe zit het dan wel?

Goed honderd jaar geleden kregen we het idee dat iedereen moest leren lezen. We stuurden alle kinderen naar school en lezen was een van de belangrijkste dingen die kinderen er werden bijgebracht. Maar bij sommige kinderen lukte dat niet. Op veel begrip moesten die kinderen niet rekenen: ze waren ‘gewoon te dom om te leren lezen’ en kregen een stel ezelsoren op hun kop.

Later ontstond – heel terecht overigens – het idee dat sommige van die kinderen helemaal niet dom zijn. Maar toch leerden ze niet lezen. Dus daar was iets speciaals mee. En die kinderen kregen een dyslexieverklaring en op den duur ook een laptop. Nu is een laptop veel leuker om te krijgen dan ezelsoren en dus werd de dyslexieverklaring populair.

Intussen weten we echter dat leren lezen niets te maken heeft met slimmigheid. Je hoeft niet echt slim te zijn om het te leren. En slim zijn garandeert niet dat je het leert. Het enige waar het wel mee te maken heeft is onderwijskwaliteit.

Het onderwijs was dus al die tijd niet genoeg. Hoe komt dat dan?

Een element is dat leerkrachten werd geleerd dat ze sommige kinderen niet kunnen leren lezen. En dat het de taak van de leerkracht deze kinderen zo gauw mogelijk te ontdekken. Leerkrachten werd dus afgeleerd te streven naar datgene wat ze eigenlijk wilden bereiken: dat elk kind een goede lezer werd.

Welke renner wint nog een race op de fiets waarmee Odiel Defraeye in 1912 de Tour won?

Welke renner wint nog een race op de fiets waarmee Odiel Defraeye in 1912 de Tour won?

Een tweede element is dat de leerkrachten met foute methodes moesten werken: methodes die de kinderen, maar ook de leerkrachten zelf misleidden. (Hoe dan wel, leest u in Dwaalspoor dyslexie en zowat overal op deze website.) Anders gezegd, niet de kinderen kwamen gehandicapt aan de start, maar de leerkrachten. En wel omdat het materiaal waarmee ze moesten werken niet deugde.

Wat betekent dat? Zet een goede renner aan de start met een slechte fiets, en u weet: die wint de race niet. Wat we met Alfabetcode en Schrift doen, is de leerkrachten een goede fiets geven: het materiaal dat ze nodig hebben om de briljante leerkracht te worden die ze zouden kunnen zijn, de leerkracht die elk kind in zijn klas leert lezen, de leerkracht die op deze ambitie geen toegevingen doet. Want die leerkracht weet hoe het zit met het verband tussen lezen en slimmigheid: van lezen word je slimmer.

Lees ook: Julian Elliott over dyslexie en emotiesHoe worden we gretige lezers?

WordPress Appliance - Powered by TurnKey Linux