Leer elk kind lezen

Dwaalspoor recensies



Over een paar dagen begint de zomervakantie weer. Voor zowat 250.000 kinderen in Vlaanderen en Nederland betekent het begin van de zomervakantie het eind van hun tijd op de basisschool. 60.000 van die kinderen kunnen niet goed met letters uit de voeten. Ze liggen inzake leesvaardigheid minstens twee jaar achterop. En welk plan hebben de meeste scholen om dat probleem volgend aan te pakken? Het ontstellende antwoord luidt: we doen precies hetzelfde als vorig jaar.

de auteurs van de recensie die we hier bespreken werken voor het expertisecentrum Code.

De auteurs van de recensie die we hier bespreken, werken voor het expertisecentrum Code.

Met Dwaalspoor dyslexie hebben we dit status quo uitgedaagd. Dat valt onder meer bij mensen die hun existentie rond dyslexie hebben opgebouwd niet in goede aarde. Dat is ook nu weer te zien in een recensie  die begin juni werd gepubliceerd. Vier auteurs, zeventien stuks geraadpleegde literatuur, dat ruikt naar academische degelijkheid. De teneur van het stuk is gebruikelijke mix van ‘Wat Moonen zegt, komt niet overeen met de wetenschappelijke consensus’ en ‘Die Alfabetcode heeft wel een paar goede dingen, maar je zult er nooit iedereen mee helpen: sommige mensen zijn nu eenmaal dyslectisch.’ Zo samengevat zou de recensie een evenwichtig en weloverwogen stuk kunnen lijken, maar er komen al gauw emoties in het spel. Mij wordt verweten de Alfabetcode als een wondermiddel te presenteren, een claim waarmee ik een slag in het gezicht van heel wat competente leerkrachten zou uitdelen. Dat zijn onheuse beschuldigingen. De Alfabetcode is een hypothese over hoe leesonderwijs eruitziet dat effectiever is dan de aanpakken waarvan we de effectiviteit na decennia van ervaring kennen: 60.000 uitvallers per jaar. Is een beargumenteerd voorstel doen over hoe we die uitval omlaag krijgen hetzelfde als claimen dat je over een wondermiddel beschikt? Is het formuleren van zo’n voorstel hetzelfde als beweren dat de leerkrachten incompetent zijn? (Artsen krijgen tegenwoordig de aanbeveling minder gauw antibiotica voor te schrijven: maakt die richtlijn elke arts incompetent die antibiotica tot voor kort iets te vaak voor een goede oplossing hield?)

Deze jongen 'leest met hup'. Gaat lezen met handpop echt beter? Is dat ooit onderzocht?

Deze jongen ‘leest met hup’. Gaat lezen met handpop echt beter? Is dat ooit onderzocht?

Verder munt het stuk uit in een opmerkelijke vaagheid. ‘Een aantal frequent ingezette methodes voor voorbereidend en aanvankelijk lees- en spellingsonderwijs investeren immers ten volle in duurzame ontwikkeling en wetenschappelijke onderbouw en werken vanuit de basisprincipes zoals hierboven beschreven. Stellen dat ‘alle gebruikelijke methoden (dezelfde) kapitale fouten maken’ is in een dergelijke context niet anders dan ongepast te noemen.’ Ongepast zou mijn kritiek zijn als de fouten waarop ik de methodemakers wijs, ofwel helemaal geen fouten zijn, ofwel er niet toe doen. Aan geen van beide mogelijkheden maken de auteurs een woord vuil. In de plaats daarvan stellen ze dat methodemakers wel degelijk ‘investeren in de wetenschappelijke onderbouw’ van hun producten. Als dat zo is, hadden we graag de ‘wetenschappelijke onderbouw’ gezien voor de ankerverhalen die bij Veilig leren lezen de structureerwoorden in de noodzakelijke ‘betekenisvolle context’ zouden aanbieden maar wel veel tijd kosten, voor de effectiviteit van de handpop die bij Leessprong: ik lees met hup kan worden ingezet om een nieuw woordje extra in te oefenen of samen letterkaartjes te trainen of leesrijtjes in te oefenen, en voor een hoop andere ‘didactische verbeteringen’ die de methodemakers de laatste jaren hebben doorgevoerd. En bovendien hadden we graag een aannemelijke verklaring gekregen voor de tegenstelling tussen wat methodemakers beweren (‘Veilig leren lezen is al 50 jaar de meest gebruikte methode voor aanvankelijk lezen. Dat is logisch: scholen die werken met Veilig leren lezen, hebben de minste uitvallers!’ en ’97 % van de ondervraagde gebruikers bevestigt dat hun leerlingen sneller en vlotter leren lezen met ik lees met hup dan met hun voorgaande methode voor aanvankelijk lezen.’) en het feit dat het aantal uitvallers dramatisch stijgt. (Op het Nederlands Instituut van Psychologen ‘is iedereen zich rotgeschrokken van de cijfers,’ blijkt uit een bericht in de Volkskrant waarnaar ook de auteurs verwijzen.)

We kunnen hier niet op alle slakken zout leggen, maar toch nog iets over de kern van de recensie. Dyslexie, zo stellen de auteurs, is een ‘hardnekkig probleem met lezen en/of spellen dat niet verdwijnt ondanks jarenlange inspanningen en therapie.’ Opvallend is daarbij wat niet wordt gezegd: er valt namelijk geen woord over wat voor aanpak er dan wel is gevolgd bij die ‘inspanningen en therapie’. Het uitgangspunt is dat deze niet nader omschreven ‘inspanningen en therapie’ effectief hadden moeten zijn. Kunnen de auteurs, die van mij het bewijs verlangen dat de Alfabetcode een effectieve aanpak is, deze claim dan wel bewijzen? Kunnen ze uitleggen waarom het niet door de mankementen in de aanpak komt dat hun aanpak niet heeft geholpen? Dat zal niet meevallen, want even verderop in het stuk krijgen we toch een kleine inkijk in hetgeen we ons bij therapie moeten voorstellen: bij dyslectici gaat het ‘om een selectieve groep van gemotiveerde jongeren, die zich doorheen hun schoolloopbaan tot het uiterste hebben ingezet om hun problemen met o.a. leessnelheid en spellingsaccuratesse zo veel mogelijk te compenseren, vaak met doorgedreven hulp van ouders en professionelen.’ Ziet u? Die jongeren hebben zich tot het uiterste ingezet om hun problemen met lezen en spellen te compenseren, niet om te leren lezen en spellen. Wie zal het dan verbazen dat ze uiteindelijk niet goed hebben leren lezen en spellen als niemand nog de ambitie had dat te doen? Wat de auteurs aanvoeren is een perfecte illustratie voor Reid Lyons stelling dat vrijwel alle kinderen met leesproblemen NBT zijn, Never Been Taught.

John Hattie: 'Dyslexie valt in orde te brengen.'

John Hattie: ‘Dyslexie valt in orde te brengen.’

Met dit soort bedenkingen sta ik, anders dan de recensenten willen laten uitschijnen, heus niet alleen in het wetenschappelijke veld. Keith Stanovich is op zoek gegaan naar het verschil tussen dyslectische lezers en garden variety poor readers. Dat laatste is sindsdien een begrip in de wetenschappelijke literatuur, vooral omdat Stanovich tot zijn eigen verbazing moest besluiten dat het niet bestaat. In de documentaire The Dyslexia Myth zegt hij (tijdstip 16:05-16:32): ‘The underlying difficulty appears to be the same, the way these children respond to treatment appears to be the same, there appears to be no justification whatsoever for going in and trying to carve out a special group of poor readers. This is what 15 years of research, all over the world has shown can’t be justified on a scientific or empirical basis.’ Julian Elliott formuleert dezelfde gedachte een beetje anders: ‘Wat ik kan onderzoeken houdt verband met iemands sterktes en zwaktes in lezen en spellen, met wat voor strategieën hij gewoonlijk volgt, […] maar ik begin niet aan een poging om de persoon in kwestie onder te brengen in een groep van dyslectische bokken of van gewone niet goed lezende schapen.’ Wat Renate Valtin van de Berlijnse Humboldt-Universiteit en lid van EU High Level Group of Experts on Literacy over dit thema schrijft, ligt in precies dezelfde lijn. En als u het eens wilt horen uit de mond van de ook door de recensenten geciteerde John Hattie, dan kijkt u even hier, van tijdstip 3:40 tot 4:13. Het gaat over de dingen die een behoorlijk positief effect hebben in het onderwijs. Ik vertaal even wat hij zegt: ‘Kijk naar Studenten niet labelen. (Effectscore 0.61.) Neem twee kinderen met dezelfde bekwaamheid. Zeg tegen een van de twee dat het lijdt aan een leerstoornis, dyslexie of wat de laatste mode ook is. Vergelijk het met het kind dat geen label heeft gekregen en je ziet dramatische effecten. Dit is gewoon nog eens een excuus dat we gebruiken over waarom we geen effect hebben. Mensen op de universiteit zeggen wel eens tegen me: ‘Ik ben dyslectisch.’ En dan zeg ik: ‘Oké, maar wat doe je daar dan aan? Ik kan dat in orde brengen.’ Velen zijn kwaad omdat ik zoiets durf te zeggen. Ze gebruiken dat label namelijk al jaren met succes om niet te leren. Ja, het probleem bestaat, ja het is echt. Maar, my goodness, het is in orde te krijgen.’

Eén bedenking nog tot slot. Met de Alfabetcode hebben we de ambitie elk kind vlot te leren lezen en we zijn niet de enigen die denken dat dat kan. (We beweren niet dat het voor alle kinderen even makkelijk gaat. Alleen maken we van dat verschil geen stoornis: van alle dingen die we leren in het leven is er niets dat voor iedereen even vlot gaat.) Zolang er kinderen zijn die het niet leren, zullen de expertisebureaus blijven zeggen dat zij het bij het rechte eind hebben. En als we er met de Alfabetcode in slagen kinderen van hun dyslexielabel te bevrijden, zullen ze die kinderen wel als fout gediagnosticeerd beschouwen. Want dat er over-diagnose is in de sector, dat geven de meeste experts wel toe. Alleen: over de manier waarop je dat dan wel moet doen, de gewone zwakke lezer van de dyslectische zwakke leren onderscheiden, hebben ze niets te zeggen. Verder: als er over-diagnose is, dan moeten de expertisebureaus ook fout gediagnosticeerde kinderen tegenkomen en dan moeten ze die kinderen van hun label verlossen. De werkelijkheid is echter dat nogal wat experts zich door het label van deze taak ontslagen weten, achteroverleunen en weten dat ze niets te hoeven doen om gelijk te blijven hebben.

Tot er iemand komt die meer in zijn mars heeft dan een makkelijk weg te lachen fabel over lezen en touwtjespringen, en die het lef heeft het status quo uit te dagen. Want die 60.000 kinderen die in de zomervakantie zo goed als niets zullen lezen omdat ze het ondanks onderwijs en therapie niet kunnen, dat zouden er de komende jaren best een hoop minder mogen zijn.

Wie het met dat laatste niet eens is, moet het nu zeggen.

Lees ook: x tot y% dyslectisch? Hoezo?Renate Valtin over oplossingen voor dyslexiePsychologische moeilijkhedenDaniel Willinghams negen zekerheden, Reid Lyon over leesproblemen

WordPress Appliance - Powered by TurnKey Linux