Leer elk kind lezen

Een verantwoord resultaat



Misleidende instructie: bij de zogenaamde twee-teken-klank in ‘gieter’ pikt de letterdief geen letter weg. Maar in ‘liter, file, kilo, bizon, China, familie, benzine’ en nog zowat honderd voor kinderen heel gewone woorden is de goede spelling toch ‘i’ en niet ‘ie’.

Anderzijds: fout is fout. Wanneer kinderen te horen krijgen dat ze gewoon goed moeten luisteren om te weten dat ze schouwburg met een w moeten schrijven en schouder zonder; dat ze moeten luisteren om te weten hoeveel letters ze horen in boek; wanneer een methodemaker er niet in slaagt consistent te zijn over wat letters en klanken met elkaar te maken hebben; wanneer vooraan in de klassen borden hangen met formules als e = u en g = h, dan is er geen grootschalig onderzoek nodig om te mogen zeggen dat de kinderen in deze klassen foute,  misleidende instructie krijgen. Een leerkracht die wel eens beweert dat twee keer twee vijf is, geeft ook foute, misleidende instructie. We hoeven echt niet te wachten op de resultaten van  een onderzoek naar de prevalentie van dyscalculie in zijn klas om hem op zijn fout te mogen wijzen.

Daardoor staan de zaken als volgt.

Ten eerste: we kunnen elk kind vlot leren lezen. En als dat kan, moeten we dat doen. Dat is niet alleen de stelling van een geïsoleerde zonderling als de auteur van Dwaalspoor dyslexie, het is bijvoorbeeld ook de centrale stelling van het adviesrapport dat de EU High Level Group begin september presenteerde.

Ten tweede: noch in Nederland, noch in Vlaanderen leren alle kinderen vlot lezen. Zelfs volgens de gunstigste schattingen blijven we minstens vijftien procent beneden die doelstelling.

Ten derde: zowel in Nederland als in Vlaanderen maken de gebruikelijke methodes voor lezen en spellen ogenschijnlijk kleine maar in werkelijkheid kapitale fouten die kinderen op het verkeerde been zetten over de vraag hoe het schrift nu eigenlijk werkt. (Hoe dat bijvoorbeeld met Veilig leren lezen zit, leest u hier.)

Ten vierde: het is zeer onwaarschijnlijk dat de fouten in de methodes niets te maken hebben met de leesproblemen die bij minstens vijftien procent van de kinderen ontstaan. Wie dit wel onwaarschijnlijk vindt, verdedigt – wat abstracter gesteld – eigenlijk de  moeilijk houdbare stelling dat slechte instructie even goed is als goede.

Ten vijfde:  de meest waarschijnlijke hypothese over wat ons te doen staat om de leesproblemen op te lossen en te voorkomen, is een methode bedenken die nooit – nooit!-  verwarring sticht. De Alfabetcode heeft de ambitie zo’n methode te zijn.

Ten slotte: dit alles maakt de Alfabetcode tot meer dan zomaar een plausibele hypothese over hoe leesproblemen moeten worden aangepakt. Zo bezien is de Alfabetcode namelijk niet één van de vele hypothesen die nader moeten worden onderzocht, maar met afstand de meest plausibele.

We’re slowly moving toward the direction that there is a “dys-teach-ia”—that kids are logical and have mislearned because they have been mistaught. But it’s really, really slow for this notion to take hold.  – Siegfried Engelmann

 

WordPress Appliance - Powered by TurnKey Linux