Leer elk kind lezen

De Dyslexie Paradox (sic)



Reassuring lieOp 8 april werd in het Nederlandse Ede op initiatief van de Lexima Academie de Nationale Dyslexie Conferentie 2015 gehouden. Die werd geopend met de film De Dyslexie Paradox, waarin zes prominenten uit de dyslexiewereld een beschouwing geven op twintig jaar dyslexiebeleid en een blik in de toekomst werpen.

Als ‘kennisinstituut dyslexie’ bezit de Lexima Academie ‘unieke expertise dankzij jarenlange intensieve samenwerking met duizenden scholen, behandelaars en wetenschappers, met één gezamenlijk doel: optimale toepassing van dyslexiehulpmiddelen.’

Opvallend in dit Lexima-zelfportret: het doel van Lexima is niet dyslectische lezers helpen om vlotte lezers te worden; het doel is hulpmiddelen inzetten. De ‘unieke expertise’ is expertise in hulpmiddelen, niet in vlot en correct met schriftelijke taal omgaan. En dat is eraan te zien. Samengestelde woorden worden in het Nederlands aaneengeschreven, maar niet bij Lexima: Dyslexie Conferentie, Dyslexie Paradox, Lexima Academie.

En deze deskundigen, die dus niet weten hoe het moet, organiseren de terugblik op twintig jaar dyslexiebeleid in Nederland. Om dat allemaal met een beetje stijl te doen, begint de conferentie met een film die de toon zet.

En aan het eind van de conferentie: een sprekers video (ook al in twee woorden), een compacte, inspirerende videoboodschap van vrijwel alle sprekers.

Samengevat: de deskundigen zijn blij met wat er is bereikt en kijken hoopvol naar de toekomst. Maar wat is er bereikt? Is er een drastische daling van het aantal kinderen met leesmoeilijkheden? Is er iets bedacht om dyslexieproblemen op te lossen? Neen, niets van dat alles. Wat er bereikt is, is dat dyslexie ‘nu op de agenda’ staat.

Als je verspreider van hulpmiddelen bent, kun je dat als een verworvenheid beschouwen, maar de naam van dyslexie-expert verdien je er niet mee. Een rolstoelverkoper is ook geen revalidatie-expert.

Vernooy Elk kind een lezerLeesexpert Kees Vernooy, die niet als spreker optrad, heeft bedenkingen bij de conferentie: ‘Ik vind het altijd verrassend om te constateren dat dyslectische leerlingen, maximaal 5 procent van de leerlingen, altijd zoveel aandacht krijgen, terwijl er eigenlijk nooit iets georganiseerd wordt voor het veel grotere aantal kinderen dat als zwakke lezer het (basis)onderwijs verlaat en dan gaat het minstens om 15 procent tot 20 procent van de kinderen.’

Hoeveel procent van de leerlingen werkelijk dyslectisch is en nooit een vlotte lezer kan worden, is een andere discussie. Maar voor het overige heeft Vernooy gelijk. In zijn opstel Elk kind een lezer! Elk kind een lezer?  schrijft hij: ‘De meeste leesproblemen – meer dan 20% – zijn het gevolg van kwaliteitsproblemen op het gebied van de leesinstructie. Dit blijkt uit zowel Angelsaksisch als Nederlands onderzoek (Vernooy 2007). Bij onvoldoende leeskwaliteit vallen vooral de risicolezers uit. Volgens Lyon (2001) zijn problemen op het gebied van de kwaliteit van instructie onderschat als veroorzaker van leesproblemen terwijl deze problemen juist overheersend zijn.’

De verklaring voor het successfeertje op Lexima’s dyslexiecircus heeft dan ook niets met kwaliteit en expertise te maken. Maar wel met een economische wetmatigheid: aan een geruststellende leugen is meer geld te verdienen dan aan een ongemakkelijke waarheid.

No Comments Yet

Leave a Reply

WordPress Appliance - Powered by TurnKey Linux